Gebarentaal en Artificial Intelligence: een intrigerend duo

za, 24/11/2018 - 15:22

Het Kata Kolok is een bijzondere gebarentaal. Ze is gekend bij een groot deel van de bewoners van een klein dorp in Bali. Nochtans is slechts een kleine minderheid doof. Doctoraatsonderzoekster Katie Mudd laat artificiële intelligentie los op deze intrigerende taal.  

Gebarentalen zijn talen die gebruikmaken van handen en andere lichaamsdelen (zoals het gezicht) om betekenis te creëren. De meeste landen hebben minstens één ‘eigen’ gebarentaal. In België zijn twee gebarentalen erkend: de Vlaamse Gebarentaal en de Langue des Signes de Belgique Francophone. “De gebarentalen die vandaag in België worden gebruikt zijn waarschijnlijk afgeleid van de Franse gebarentaal, waarover we weten dat ze bestaat sinds het einde van de 17de eeuw,” stelt Katie Mudd, doctoraatsonderzoekster aan de VUB. 

Gebarentaal Kata Kolok

De studie van gebarentalen is steeds belangrijker geworden in het onderzoek naar het ontstaan en de evoluties van talen. Eén gebarentaal die daarin prominent aandacht heeft gekregen, is het Kata Kolok: een gebarentaal die terug te vinden is in een klein dorpje in het noorden van Bali en relatief jong is. “Kata Kolok wordt nog maar zeven generaties gebruikt en is daarmee 150 jaar oud,” licht Katie Mudd toe. Ze wijst meteen op een andere bijzonderheid: “Ongeveer 2% van de dorpsbewoners werd doof geboren, maar bijna 70% kent de gebarentaal. Om aan te tonen hoe uniek dat is, kunnen we die situatie met België vergelijken: hier zijn 3 op 1000 inwoners volledig doof, maar slechts 1 op de 1000 inwoners kent een gebarentaal.” 

Kata Kolok wordt een ‘gedeelde gebarentaal’ genoemd omdat ze wordt gebruikt door zowel dove als horende leden van de gemeenschap. Dit soort talen worden traditioneel teruggevonden in rurale gebieden waar het aantal dove mensen hoger ligt dan gemiddeld, ten gevolge van overgeërfde doofheid. Wetenschappelijk zijn ze volgens Katie Mudd bijzonder interessant. “Vaak ontstaan ze spontaan in gebieden waar mensen niet eerder met een andere gebarentaal in contact zijn gekomen. Ze worden ‘geïsoleerde talen’ genoemd. Die geïsoleerde talen laten toe om te bestuderen hoe nieuwe talen eruitzien in hun beginfase en hoe ze evolueren.” 

Virtuele taalgebruikers

In haar onderzoek gebruikt Katie Mudd een computermodel om te onderzoeken hoe gedeelde gebarentalen zoals het Kata Kolok opkomen en evolueren. “Specifieke vragen die ik daarbij tracht te beantwoorden zijn: moet er een bepaald aantal dove mensen in een gebied leven opdat een gebarentaal kan ontstaan? Of: welke invloed heeft de sociale structuur van een gemeenschap op taal? Om die vragen te beantwoorden, werk ik samen met linguïsten op het terrein die de evolutie van Kata Kolok in Bali bestuderen. Mijn dagdagelijks werk vindt echter plaats in het Artificial Intelligence Lab op de VUB.”

Dat Katie Mudd gebruikmaakt van een methodologie uit de computerwetenschappen heeft onder meer met ethiek te maken. “Het zou onethisch zijn een situatie te recreëren waarin gebarentaal in real life ontstaat”. De methode onderzoekt de voorwaarden waaronder een gebarentaal kan ontstaan. “Op basis van ‘agent-based modeling’ heb ik een computermodel gecreëerd met virtuele actoren, die worden geboren, trouwen, kinderen krijgen, gebarentaal leren, enzovoort. De actoren hebben bepaalde kenmerken, zoals doof zijn of net niet, wat invloed heeft op de waarschijnlijkheid waarmee ze al dan niet een gebarentaal zullen leren.” 

Realistisch computermodel

Bijzonder aan dit project is het realisme dat door het computermodel mogelijk wordt gemaakt. Er is namelijk een groot arsenaal aan linguïstische, genetische en antropologische gegevens over het Kata Kolok beschikbaar. “Met dit model kunnen we bijvoorbeeld volgende vragen beantwoorden: als we het aantal virtuele actoren dat doof is binnen de populatie veranderen, heeft dat dan een impact op het aantal gebruikers van gebarentaal? Of stel dat we de sociale structuur van een gemeenschap veranderen, bijvoorbeeld door ervan uit te gaan dat taal vooral aangeleerd wordt op school in plaats van via communicatie tussen familieleden, verandert dat dan het aantal gebruikers van gebarentaal binnen de populatie?” Met dit model hoopt Katie Mudd dus vragen te beantwoorden over hoe sociale en familiestructuren de opkomst en evolutie van talen beïnvloeden. 

Hoe draagt artificiële intelligentie precies bij aan de studie van het Kata Kolok? Katie Mudd gaat er dieper op in tijdens de Dag van de Wetenschap op 25 november in Brussel. Klik hier voor meer info.